Hahnemanns
stelregel gold vanaf toen, dat het gelijkende alleen genezen kon worden door
het gelijkende. Geneesmiddelen mogen bij zieke personen nooit getest worden omdat
het organisme al ziekelijk is verstoord en er daarom geen echte
geneesmiddelreacties te verwachten zijn. Bovendien mogen zieke mensen ook niet
extra belast worden. De gezonde mens stelt zich ter beschikking, zodat de zieke
geholpen kan worden. Toen Hahnemann een kind met hoge koorts een paar
druppeltjes van de giftige Belladonna gaf, kwam het eerst tot een verergering.
Hahnemann
wilde voortaan zacht genezen en hij moest zijn gebruikelijke dosis daarom nog meer
verminderen. Dit probeerde hij door het medicijn te geven in kleinere
hoeveelheden, toen nam hij een alcoholwatermengsel van 99 delen met een druppel
Belladonna en schudde dat ritmisch en krachtig met de hand, waardoor er een C1
verdunning ontstond. Hij merkte, dat dit heftige reacties teweegbracht, maar de
geneeswerking bleef. Toen nam hij weer een druppel van de C1-verdunning en
schudde het nog eens met 99 andere delen tien keer krachtig, waardoor er een
C2-potentie ontstond. De heftige reacties bleven nu uit. Bij een C6-verdunning
was er geen verergering meer van de klacht en behoud van de werkzame krachten.
© www.natuurarts.info