Het hydrofluoricumtype
Personen die klein van lengte zijn en dus onder de
middelmaat, hebben uitgesproken slappe gewrichten. Niet zelden zijn er
groeistoornissen geweest en fysiek gaat het op en af. De bovenkaak steekt ten
opzichte van de onderkaak een beetje uit. De erfmassa ziet er niet al te best
uit. Onder zijn voorvaders wordt vaak syfilis aangetroffen, soms manifest en
soms latent. Wordt zo iemand met tuberculose besmet, dan krijgt hij harde
knobbels in de huid en worden de botten aangetast, wat doet denken aan de
Engelse ziekte en dit gaat gepaard met bochelvorming, een holle rug of een
zijdelingse kromming van de wervelkolom. Hij heeft sneller last van pleuritis
of een chronische ontsteking van het synoviale vlies (slijmvliesbekleding van
gewrichtsholten, peesscheden en slijmbeurzen), chronische gewrichtsdegeneratie
en ziekelijke verandering van slagader- en aderwanden. Hij is meer een denker
dan een doener.
Hij is erg vatbaar voor stoornissen van de
schildklier en voor onevenwichtigheden in zijn autonome zenuwstelsel (werking
van de parasympathicus – hier overheerst de sympathicus). Zijn bijnieren werken
niet helemaal regelmatig. Dat geldt tevens voor zijn hersenaanhangsel en
geslachtsklieren. De zenuwen worden hem gemakkelijk de baas. Gezelligheid kent
dit type nauwelijks. Hij is meer dan anderen blootgesteld aan leed. Enerzijds
worden de ingewanden en het bewegingsapparaat vaak gehinderd door wervels,
anderzijds steken zenuwpijnen en ontstekingen vaak de kop op, voornamelijk door
verschoven wervels of verzwikte gewrichten.
Dikwijls probeert hij de maatschappij te
ontvluchten in plaats van zich aan te passen. Hij trekt zich terug door onder
te duiken in een intellectuele of artistieke wereld. Verschillende grote
geleerden en kunstenaars behoren tot dit mensentype. Hij wordt niet zozeer ziek
door infecties of schadelijke producten in zijn lichaam. Heeft hij slappe
ledematen dan is er sprake van een syfilitische constitutie. ‘Calcium
phosphoricum’ met een tuberculeuze constitutie en het hydrofluoricumtype hebben
een syfilitisch gestel. Het is niet zo, dat de een zwakke klieren heeft
(calcium carbonicum), de ander een tbc-gestel (calcium phosphoricum) of de
derde een syfilitische constitutie (hydrofluoricum). Er bestaan allerlei
variaties; er is een geleidelijke overgang van het ene naar het andere gestel.
Hydrofluoricum geeft een gedeeltelijk beeld van het type mens dat voor een
bepaalde aandoening vatbaar is.