Wat de appel als zuur in zich
draagt, dat zijn de onzuivere aandriften in de mens. Aan de ene kant prikkelen
ze hem tot bevrediging, aan de andere kant echter sporen ze het betere ik aan
tot verzet ertegen. Zo doen ze uit de strijd tussen zoet en zuur een scheidend
beginsel ontstaan. Dit strekt tot heil van de mens wanneer het uiteindelijk
resultaat van zijn bestaan in dit leven een smakelijk sap - de hoofdprijs - is
geworden. Wanneer hij echter het onderspit delft, is bittere azijn of
verdovende wijn het resultaat geworden. In de mens, in wie nog al het zoete en
zure net als bij de zich ontwikkelende appel in een gistingsproces verwikkeld
is, let ook hij er dus op dat het zure niet de overhand krijgt. Want wat liefde
is als warmte, dat is zoete stof als tegenstelling tot haat, toorn en andere
hartstochten die aan de gal ontspringen en dezelfde betekenis hebben als zuur.
Streef voorwaarts! Wees opmerkzaam op zichzelf en op de gemoedsbewegingen in
eigen hart, opdat niet ook hij eenmaal, zoals het spreekwoord zegt, ‘in
een zure appel moet bijten’, maar opdat hij nog op tijd het kwade
verwijdert, slechts het goede in daden om zich heen vergaart en zo getroost de
weg van de tweede, geestelijke orde aan gene zijde kan opgaan! Hier is dus het
drievoudige beeld van de appel: als vrucht, als symbool van de aarde en als
analogie voor het menselijk leven. Neem de nodige lering eruit op, opdat dit
woord de mens niet vergeefs gegeven is.
(bron
- Jakob Lorber - uit
Scheppingsverhalen)