Aidsvirus

Het aidsvirus zit in de hersenen. Men kan het vergelijken met een systeem, een soort telefoondienst, waarin precies op de juiste plekken de ingestoken contacten voor een goede perfecte verbinding zorgen. Zou de telefonist(e) zich erin vergissen, dan kunnen anderen ook meeluisteren met de gesprekken. De telefoondienst verstrekt immers informatie. Een draadje verkeerd geeft al een totale ontregeling. Net als in de computer! De draadjes moeten goed gepolariseerd en van een goede kwaliteit en vitale orde zijn. Is de bedrading te dun en dus ook gemakkelijk doorlaatbaar, kan er foutieve informatie binnensluipen. Dit kan men eveneens vergelijken met een virus. Een virus (let wel – verkeerde informatieoverdracht) ontregelt het immuunsysteem. Met immuun bedoelen wij een goede weerstand. Vliegtuigen met metaalvermoeidheid hebben in zekere zin ook aids. Ze zijn ongemerkt verzwakt en gaan dan een eigen leven leiden. Uiterlijk is er niets zichtbaar. Aan een mens ziet men uiterlijk ook niet of het dan gaat om iemand met een goede inboezem of een slechtere. De film van Louis de Funett speelt onbewust hierop in. Ufo-mensen in zijn film kunnen precies kopiëren zoals de mens zich gedraagt.

 

Het aidsvirus is ook een soort kopie van het inwendig geestelijk (mentaal) denken en zetelt in de menselijke hersenen. ZoŽn innestelen van een programmering heeft sluipende gevolgen. Ineens is het er, plotseling onverwacht. Het immuunsysteem kan ongemerkt en analoog daaraan afbraak doen. De telefoondraadjes raken overbezet. Er gebeuren dingen die niet meer te controleren zijn. Andere draden raken geïnfecteerd met foutieve informatie.

 

    << terug naar overzicht