Waar ´rook´ is, daar is ´vuur´

Roken heeft invloed op de hersenen. De giftige uitwerking van nicotine dringt diep door in het neurospierweefsel. Dit heeft eerst een prikkelende en licht samentrekkende aard. Vervolgens verlamt het de hoofdzenuw. Het door nicotine aangetaste brein kan op den duur niet op een bevredigende wijze functioneren. Onder invloed van nicotine verliezen de hersenbloedvaatjes hun elasticiteit en deze vernauwen zich. Dit staat de hersenvoeding in de weg, want die krijgen minder bloed toegevoegd. Tabak tast ongetwijfeld de intelligentie van de roker aan, totdat hij er ‘tabak’ van krijgt. Een gewoonteroker heeft doorgaans later ook minder geheugen en een minder oordeelsvermogen, dan een niet-roker. Hoewel bekend met het feit dat roken schadelijk is, volhardt de roker toch, aangezien zijn wil en werkcapaciteit verzwakt zijn.

 Eén van de bekoringen van tabak is het vervormen van denken in een droomwereld. De aandacht wordt zwakker en hecht zich minder aan het onderwerp en men kan zich niet concentreren. De wil van de verslaafde roker neemt af, vooral ten overstaan van zijn drang ernaar. Het is moeilijk om tot een niet-rookdaad over te gaan. De roker beeldt zich gemakkelijk in iets volbracht te hebben, wanneer hij eraan gedacht heeft, maar eigenlijk heeft hij niets verwezenlijkt. Alleen hij vindt zijn daad terug in de rook van zijn dromen. Bij vele rokers zijn zulke storingen niet bepaald een automatisch leven dat weinig laat zien van persoonlijke verandering. Het roken reduceert de geestelijke prestatie met gemiddeld zestien procent en daarbij wordt het geheugen eveneens aangetast.

<terug n. overzicht 

©           www.natuurarts.info